Technologie brengt Vlaanderen voorop in meting van waterkwaliteit

Maak kennis met de technologieën die ervoor zorgen dat Vlaanderen voorop loopt in het continu en wijdverspreid testen van waterkwaliteit. 

Blauwe waterdruppel spat in een roze en paars zwembad en maakt rimpelingen

Samen met onderzoekpartners en het bedrijfsleven ontwikkelt en implementeert imec sensor-, data-, en netwerktechnologie voor Internet of Water Flanders (IoW Flanders): een vierjarig project om de waterkwaliteit in Vlaanderen fijnmazig en real-time in kaart te brengen.

Internet of Water Flanders is een samenwerking tussen imec, VITO, Vlaams Kenniscentrum Water (VLAKWA), Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), De Watergroep en Aquafin, met de steun van het Agentschap voor Innovatie en Ondernemerschap (VLAIO). De komende vier jaar zal het project meer dan tweeduizend draadloze sensoren plaatsen over heel Vlaanderen als aanvulling op het reeds bestaande meetnetwerk. Waar huidige methodes nog gebruik maken van manuele schepstalen en dure multiparametersondes, zal het IoW Flanders-project de meest recente sensor-, data- en netwerktechnologie doorontwikkelen en uitrollen.

Imec-sensor (in bekerglas) voor het meten van verschillende aspecten van waterkwaliteit, met een kabel verbonden aan een meetstation voor draadloze twee-wegcommunicatie met de cloud.

Zo zal IoW Flanders gebruik maken van zelflerende algoritmes en hydrologische modellen om alle relevante data te verwerken en te vertalen naar bruikbare beleidsinformatie. De output van die algoritmes zal straks helpen om allerhande watergerelateerde beslissingen te ondersteunen. Koen Triangle, project manager bij imec: “Ruwweg delen we het project op in twee fasen. De eerste twee jaar ligt de focus op inventariseren, onderzoeken, ontwikkelen en uittesten. De twee daaropvolgende jaren gebruiken we de opgedane inzichten voor de grootschalige uitrol.”

Sensortechnologie voor testen van waterkwaliteit

Op dit moment heeft IoW Flanders vier sensoren geplaatst voor een eerste leercyclus. Greja Brom-Verheijden, senior R&D-ingenieur bij imec Nederland (Holst Centre): “Drie sensoren staan in rivieren in West-Vlaanderen voor het meten van verzilting. En de vierde staat in Aartselaar in een zuiveringsinstallatie van Aquafin. Die hebben we bewust in het vuile rioolwater gezet, zodat we meteen in een extreme omgeving kunnen testen. Net na de filter voor grofvuil, om mechanische schade te vermijden, maar nog vóór de eigenlijke zuiveringsfilters.”

Met het oog op verdere opschaling is het belangrijk om een generieke sensor te gebruiken, onafhankelijk van de specifieke usecase. Greja Brom-Verheijden: “Elke sensormodule bestaat uit een kleine printplaat (pcb) met een sensorchip erop. Deze is gecoat met epoxy op de plaatsen die niet in aanraking mogen komen met water.”

Qua functionaliteit meet elke sensor de geleidbaarheid (electroconductivity, EC), temperatuur en pH. De oxidatie-reductie potentiaal (ORP) en nitraat staan nog als aanvullende optie op het lijstje. Greja Brom-Verheijden: “ORP kan een belangrijke toevoeging worden voor het analyseren van zaken als zuurstofgehalte. Een laag redoxpotentiaal geeft namelijk aan dat er veel zuurstof wordt geconsumeerd. Ook willen we de ORP-waardes gebruiken voor de correcte interpretatie van de data van de pH sensor.”

De pH-sensor zelf is gepatenteerde imec-technologie en werkt met een meet- en referentie-elektrode. De referentiemeting gebeurt in een micro-reservoir op de chip dat in verbinding staat met het te analyseren water. Om een betrouwbare meting te garanderen, moet rekening gehouden worden met de afwijkingen die met de tijd onvermijdelijk optreden in de referentiemeting. Greja Brom-Verheijden: “De pH sensor is onderhevig aan zogenaamde sensor-drift: het optreden van afwijkende metingen door de levensduur van de sensor. Dergelijke degradatie ontstaat door het verschil in samenstelling van de referentievloeistof. Hoe groter het verschil tussen meet en referentievloeistof, hoe sneller allerlei stoffen gaan migreren van en naar het micro-reservoir en hoe meer je moet compenseren voor de veranderde samenstelling van de referentievloeistof.”

Ook kunnen afwijkingen optreden door aantasting van elektrodes door afzetting van vuil water. Maar, en dit lijkt tegenstrijdig, ook van té zuiver water gaan de sensoren sneller verouderen. Greja Brom-Verheijden: “Bijvoorbeeld in zuiver grondwater is het concentratieverschil met de referentievloeistof groter (grotere diffusie) en krijg je dus meer sensordrift. Ook gaan de metalen van de elektrodes sneller oplossen in zuiverder water, wat een extra degradatie veroorzaakt.”

Het compenseren voor sensordrift doet imec in de software bij het interpreteren van de doorgestuurde ruwe data. Zo ook de interpretatie van de EC-waarden. Greja Brom-Verheijden: “De EC-sensor is gebaseerd op vier elektroden die impedantie meten. Door een kleine wisselstroom te zetten op de buitenste elektrodes en vervolgens de weerstand te berekenen uit het resulterende voltage op de binnenste elektrodes, krijg je een maat voor de hoeveelheid ionen in het water.”

EC-metingen zijn relatief nauwkeurig en ook vrij robuust. Anders dan bv. de pH metingen hebben ze minder last van sensordrift of afwijkingen. De ruwe data, veranderingen in de EC-waardes, vertellen dus dat er ‘iets’ aan de hand is, maar daarmee weet je nog niet ‘wat’.

Voor een inhoudelijke analyse is contextuele informatie nodig. Of data van omliggende sensoren. Als aanpalende sensoren synchroon reageren, kan je bijvoorbeeld de evolutie van een vervuiling of ander event opvolgen en is de kans ook klein dat een afwijkende meting het gevolg is van sensorfalen. Omgekeerd kan je mogelijk foutief werkende sensoren herkennen, en opnieuw kalibreren, als ze de enige zijn die zonder aanwijsbare reden afwijkende signalen geven.

Netwerk- en data-infrastructuur voor fijnmazig testen van waterkwaliteit

Al deze data-uitwisseling en -interpretaties vormen de andere expertisedomeinen die imec inbrengt in het IoW Flanders-project. De in het water gepositioneerde sensoren zijn via een kabel verbonden met een meetstation. Dit toestel aan de oppervlakte kan de data van de sensoren draadloos doorsturen.

Bart Braem, senior business developer bij IDLab, een imec-onderzoeksgroep aan de Universiteit Antwerpen: “Voor de communicatie doen we beroep op sensornetwerken (low-power wide-area networks, LPWAN), omdat die het best geschikt zijn voor betrouwbare laagvermogencommunicatie. Daarbinnen hebben we nog de keuze tussen een aantal standaarden, zoals LoRa, SigFox en NarrowBand IoT (NB-IoT). Die zitten in het standaardaanbod van zowat elke grote telecomoperator in Vlaanderen, maar hebben elk hun economische en technische voor- en nadelen. Uiteindelijk moeten we er een kiezen en daarop onze protocollen baseren.”

Om die keuze te maken heeft imec-IDLab een zogenaamde ‘netwerktester’ gemaakt. Bart Braem: “Onze netwerktester is uitgerust met zes antennes en de nodige radiochips om alle kandidaat-communicatiestandaarden te ontvangen van elke provider. Hiermee gaan we de verschillende netwerken testen in heel Vlaanderen. In parallel voeren we ook communicatietesten uit met de sensoren en niet alleen de netwerktester. Daarna kunnen we objectief kiezen welke standaard en provider de beste dekking en meest betrouwbare resultaten geven.”

Netwerktester waarmee het IoW Flanders-project over heel Vlaanderen het spectrum zal scannen om de geschikte draadloze communicatietechnologie en -provider te selecteren.

En daarmee is het verhaal nog niet helemaal rond. Boven op de standaard protocollen zal imec ook extra algoritmes programmeren om de betrouwbaarheid van de draadloze communicatie te monitoren en te verbeteren, zodat zeker de vereiste data op de juiste plaats terecht komt.

Bart Braem: “De sensoren leveren via een kabeltje ruwe data aan het meetstation en moeten van daaruit naar de cloud zodat je er ook effectief nuttige dingen mee kan doen. Dit op zich eenvoudig gegeven zorgt in de specifieke context van IoW Flanders voor een reeks uitdagingen. De sensoren en meetstations staan in relatief lastige omgevingen. Vaak op plekken met veel begroeiing die de draadloze communicatie kan hinderen. Plekken die ook niet altijd eenvoudig bereikbaar zijn om onderhoud of herstellingen uit te voeren. Robuustheid van de datastroom is daarom belangrijk.”

De sensoren zullen standaard elk kwartier meetresultaten doorsturen. Een frequentie die vanop afstand hoger of lager kan ingesteld worden indien nodig. Bovendien is het streefdoel om sensor én meetstation een half jaar te laten werken op één batterijlading. Waardoor je robuustheid dus niet kan in de hand werken door het vermogen op te schroeven. Daarom maakt het IoW Flanders-project gebruik van het imec OCTA-platform: een intern ontwikkeld platform om robuust en met laagvermogen IoT-sensoren data te laten omzetten naar de cloud.

Philippe Michiels, technisch- & data-architect City of Things: “Een adequaat design van de datastroom is cruciaal in dit hele project. In eerste instantie wil je de datastroom zo compact mogelijk houden en toch een volledig datamodel overhouden aan het eind.”

Daar komt heel wat bij kijken. Bijvoorbeeld hoe je onderbrekingen opvangt door sensoren die tijdelijk niet functioneren of in onderhoud zijn. En hoe je betrouwbare referentiedata garandeert waarop je je verdere analyses en kalibraties baseert. Philippe Michiels: “Van VITO leerden we dat het een enorm verschil kan maken wanneer een sensor een halve meter of minder van plaats verandert in het water. Dat zijn aspecten waar je dus rekening mee moet houden bij metingen op langere termijn of wanneer een sensor bijvoorbeeld wordt teruggeplaatst na onderhoud of herstelling.

Behalve robuustheid en betrouwbaarheid, is ook compatibiliteit belangrijk. Zo zal IoW Flanders werken met gangbare Europese standaarden, zoals NGSI, om interoperabiliteit te garanderen met andere systemen. Zodat bijvoorbeeld data uit de IoW Flanders-sensoren gecorreleerd kan worden aan de bestaande data van VVM en andere partijen. En zodat mogelijk ook onderling sensoren op elkaars systeem kunnen ingeplugd worden.

Dat vraagt een gedegen analyse van hoe je bijvoorbeeld de verwerking van de gegevens doet. Philippe Michiels: “De multiparametersondes die VMM gebruikt hebben ingebouwde intelligentie voor bijvoorbeeld kalibratie. Bij de imec-sensoren gebeurt de kalibratie verderop in de datastroom. Deze en andere vaak subtiele verschillen in de verwerking van de data moet worden opgevangen door een robuust IT-design. Uiteindelijk moet het IoW Flanders project een data-architectuur opleveren waarin elke stakeholder op een efficiënte en veilige manier de eigen data kan capteren, kalibreren en bewerken.”

Ook is er nog de beslissing over wat je allemaal wil opslaan en voor hoe lang. Dataopslag vraagt de nodige resources en gezien het volume aan gegenereerde data is een doordachte retentiestrategie een must. En daarbij zijn niet alleen technische en bedrijfsmatige afwegingen van tel. Als de data bijvoorbeeld worden gebruikt voor beleidskeuzes, dan moet je ook rekening houden met het wettelijke kader van welke data je wel en niet mag vernietigen.

De uitdagingen zijn niet altijd technologisch

Al van bij de start is dus duidelijk dat de bredere context erg belangrijk is. En dat uit zich op heel wat domeinen.

Greja Brom-Verheijden: Zo vroeg Aquafin ons om de sensor bij hen op een specifieke plaats te zetten, omdat die veiliger was voor hun personeel. Op de plek waar we de sensor eerst wilden plaatsen, was er een te groot risico om bijvoorbeeld de sensor te inspecteren op vervuiling, omdat het personeel daar met twee moest zijn en beschermingsmiddelen moest dragen vanwege gas dat vrij komt uit de riool.

Bart Braem: Je moet ook rekening houden met onderhoud van de bermen waarin je je meetstations plaatst. Daar wordt namelijk geregeld het gras en de begroeiing gemaaid en je wil niet dat je apparatuur dan beschadigd raakt.

Philippe Michiels: Ook is de schaalgrootte een factor die je niet uit het oog mag verliezen. Als er straks meer dan tweeduizend sensoren over heel Vlaanderen elk half jaar een onderhoud of een nieuwe batterij nodig hebben, zijn dat gemiddeld zowat twintig sensoren per weekdag. Dat vereist een goed georganiseerde logistiek.


Het goede nieuws is dat de juiste expertise aan boord is. En veel van de onderliggende modellen en uitdagingen kunnen ook gebruik maken van kennis uit andere City of Things projecten. Bijvoorbeeld de onderliggende technische architectuur zoals die ook in Mobilidata zal worden geïmplementeerd.

Dankzij de kennis van de consortiumpartners, aangevuld met straks private aanbestedingen, zal er de komende jaren voor het eerst een model ontstaan dat op elk moment een accuraat beeld geeft van diverse aspecten van waterkwaliteit over heel Vlaanderen.
 



Meer weten over Internet of Water Flanders?
Lees dan ook de meer algemene blogpost.

Internet of Water Flanders is een samenwerking tussen imecVITO, Vlaams Kenniscentrum Water (VLAKWA), Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), De Watergroep en Aquafin, met de steun van het Agentschap voor Innovatie en Ondernemerschap (VLAIO). Bezoek de website van Internet of Water Flanders.
 



Verder lezen over slimme omgeving en andere thema’s? 
Lees hoe IoT-technologie ook kan helpen om overstromingen te voorspellen.

Auteurs

Portret van Philippe Michiels, technisch architect bij imec City of Things

Philippe Michiels

Author

Als technisch architect onderzoekt Philippe Michiels bij imec Vlaanderen welke technologieën voldoende betrouwbaar en schaalbaar zijn om smart-citydatastromen en data-opslag te faciliteren. Na zijn masterdiploma in computerwetenschappen verdiepte Philippe zich tijdens zijn doctoraatsstudies in optimilisatietechnieken voor databanksystemen. Nadien deed hij jarenlang ervaring op als software en integratieconsultant in de privésector, over verschillende industriële domeinen waaronder chemie, productie en logistiek. Als ondernemer werkt hij mee aan de bouw van integratiesystemen en samenwerkingsplatformen voor de industrie.

Lees meer over deze auteur
Zwart-witportret van Bart Braem, senior onderzoeker bij imec-IDLab Antwerpen

Bart Braem

Directeur valorisatie bij IDLab
Author

Bart Braem is directeur valorisatie bij IDLab – een imec onderzoeksgroep aan UAntwerpen en de UGent. Zijn focus ligt op het opzetten van samenwerkingsverbanden met grote industriële spelers, en het initiëren van strategische onderzoeksprojecten. Hij is eveneens een veelgevraagd spreker over de fascinerende technologie achter artificiële intelligentie.

Bart heeft een doctoraat in telecommunicatie, en heeft een sterke interesse voor alles wat te maken heeft met het Internet of Things, Smart Cities en artificiële intelligentie.

Lees meer over deze auteur
Lachende man in een donker pak en stropdas, afgebeeld in een portret van hoofd en schouders

Koen Triangle

Projectleider imec City of Things
Author

Koen Triangle is a project manager at imec City of Things. Since his high interest in technology, the projects he has managed have always had a technological flavor. He has been enjoying pushing boundaries in an international and national context for the last decade. In the Smart Lighting project he took up the role as a project manager in order to connect the different partners and support the project in reaching its goals. Before joining imec, Koen was working for Delaware Consulting. This global company is focused on software implementation, helping their customers in converting their strategic goals into applicable software tools. While working at Delaware Consulting he has managed projects in an international context, with customers based in Israel, America and Belgium, with an internationally based team. Therefore, he has managed teams in America, China and Vietnam in order to convert the goals of our customers into delivered projects. It has always been Koen’s role to deliver projects meeting the customers’ needs and according to the defined scope, while taking into consideration contextual changes. To support transparent decision-making in the project, he applies an open, constructive and inclusive communication style. This keeps all parties informed and enables them to contribute to the project and the strategic goals.

Lees meer over deze auteur
Zwart-witportret van Greja Brom-Verheijden tegen een effen achtergrond.

Greja Brom

Author

Op dit moment is Greja Brom werkzaam bij imec NL als senior research and development engineer in de sensorgroep, met als grootste taak het leiden van het sensorontwikkelingsproject binnen het Internet of Water Flanders (IoW Flanders)-programma. De in imec ontwikkelde sensoren zijn gebaseerd op siliciumtechnologie. Die siliciumtechnologie is de basis van Greja's gehele carrière, eerst als engineer voor procesontwikkeling (bij Royal Philips Electronics) om nieuwe procestechnologieën te ontwikkelen voor de interconnect van CMOS-transistors, gevolgd door het ontwerpen en maken van micro-elektronische mechanische systemen (MEMS) bij NXP Semiconductors en later door het ontwerpen, produceren en karakteriseren van sensoren bij imec NL.

Lees meer over deze auteur

Meer ontdekken

Fietser die door een ondergrondse fietsenstalling rijdt, met rijen fietsen

Tegen 2026 wordt fietsen comfortabeler en veiliger dankzij inzichten uit data spaces.

30/10/2023
Blog
Data
Smart cities
Lees meer
Luchtfoto van het centrum van Brugge met historische torens en dichte bebouwing met rode daken

Prototype digitale tweeling stad Brugge biedt kansen voor heel Vlaanderen

06/06/2023
Blog
Smart cities
Digital twins
Lees meer
Persoon loopt blootsvoets door overstromingswater met een kind

Kan betere data-uitwisseling overstromingsdrama’s vermijden?

22/02/2023
Blog
Data
Smart cities
Lees meer
Mensen die fietsen langs een rijdende bus op een stadsstraat, ter illustratie van stedelijke mobiliteit.

Kan betere data-uitwisseling zorgen voor een duurzame modal shift?

22/02/2023
Blog
Data
Smart cities
Lees meer
Mensen die over een plein lopen bedekt met binaire cijfers, wat duidt op datagedreven stadsplanning

Data als brandstof voor slim lokaal beleid

12/01/2023
Blog
Smart cities
Artificial intelligence
Lees meer
Lege kasseienstraat in Leuven met historische gebouwen en een kerktoren op de achtergrond

Stad Leuven, VIL en imec onderzoeken hoe datatechnologie stadslogistiek duurzamer kan maken

21/11/2022
Smart cities
Data
Lees meer
Menselijk profiel met een digitale twin en vloeiende datalijnen op een donkere achtergrond

Digital twinning is winning

05/10/2022
Blog
Smart cities
Artificial intelligence
Lees meer
Vijf functionarissen ondertekenen een overeenkomst aan een tafel tijdens een plechtige ceremonie.

​​​​​​​Stad Leuven, Leuven 2030, KU Leuven, UCLL en imec formaliseren samenwerking rond stedelijke klimaattransitie

08/09/2022
press release
Sustainable development
Smart cities
Lees meer
Hand die naar rijpe sinaasappels reikt die aan een boomtak hangen

Vruchten plukken van meerjarig onderzoek voor betere luchtkwaliteit

28/06/2021
Smart cities
Lees meer